Site-visit projectteam aan Oesterdam Oosterschelde

Tom Ysebaert (NIOZ) heet alle deelnemers aan het werkbezoek welkom. Samen met Erik van Zanten (Rijkswaterstaat) licht hij de aanpak van de Veiligheidsbuffer Oesterdam toe aan de leden van de stuurgroep en het projectteam Smartsediment.

De Veiligheidsbuffer Oesterdam is een reeds uitgevoerde pilot in de kom van de Oosterschelde met lokale zandsuppleties met het doel een oplossing te bieden voor de zandhonger in de Oosterschelde. De uitkomsten van deze pilot zijn input voor de aanpak van de Roggenplaat suppletie, één van de pilots van Smartsediment. Tom en Erik gaan in op de verschillende fasen en lichten deze kort toe:

Eerst onderzoek: MIRT verkenning zandhonger / ANT-studie Oosterschelde

Om te kijken of de negatieve effecten van de zandhonger zijn af te remmen of te stoppen, heeft Rijkswaterstaat tussen 2007 en 2013 een MIRT-verkenning uitgevoerd. Tevens is in de ANT-studie Oosterschelde (Autonome Neerwaartse Trend (ANT)-Oosterschelde) onderzoek gedaan naar de haalbaarheid en betaalbaarheid van verschillende maatregelen. De uitkomst was dat de effecten van de zandhonger kunnen worden bestreden met het suppleren van zand op intergetijdengebieden, eventueel in combinatie met erosie-remmende maatregelen (bijv. oesterriffen).

Om kennis op te bouwen voor effectieve maatregelen is Rijkswaterstaat in de periode 2008 tot 2013 gestart met vijf pilots. De zandsuppletie bij de Oesterdam was de grootste pilot. Doel: ontwikkelen van een duurzame en veilige oplossing voor de Oesterdam, het ontwikkelen van maatwerk om het zandhongerprobleem lokaal op te lossen en kennis te ontwikkelen door het uitvoeren van een proef op ware schaal.

Dan uitvoering: Veiligheidsbuffer Oesterdam

In november 2013 is 350.000 m3 zand aangebracht op het intergetijdengebied en zijn vier riffen aangelegd (d.m.v. met oesterschelpen gevulde schanskorven). Bedoeling is dat die zich ontwikkelen tot levende oesterriffen. Deze kunstmatige riffen (8 meter breed en 100 tot 250 m lang) werken als golfbrekers die het erosieproces van de suppletie vertragen. De suppletie bestaat uit twee delen: een (dijkvoet)suppletie tegen de dijk aan die de dijk moet beschermen tegen golven, en een (hoofd)suppletie tegen de laagwaterlijn die de erosie van het slik moet tegengaan. Tussen de twee suppleties bevindt zich een (niet-gesuppleerd) slik van 30 ha. Bedoeling is dat dit centrale slik wordt beschermd door de suppletie en langzaam gevoed wordt met sediment.

Meten is weten: Monitoring en onderzoek

Na de aanleg van de suppletie in 2013 is een monitoring- en onderzoekprogramma gestart en uitgevoerd door het Centre of Expertise Delta Technology (Rijkswaterstaat, HZ University of Applied Sciences, Wageningen Marine Research, NIOZ en Deltares). Hierbij was het doel inzicht te krijgen in de morfologische en ecologische ontwikkeling van de suppletie.

Onderzoeksvragen waren: Hoe lang blijft de suppletie liggen? Wordt het slik beschermd door de suppletie? Welk deel van de suppletie draagt bij aan golfdemping? Zijn de kunstmatige oesterriffen een effectieve maatregel om het erosieproces te vertragen? Hoe snel herstelt het bodemleven zich op de suppleties? Hebben de suppleties invloed op het bodemleven van het niet-gesuppleerde slik? Wordt de suppletie gebruikt als foerageergebied door steltlopers?

De morfologische en ecologische ontwikkeling is gemonitord in de periode 2014–2017.

Eerste resultaten

De meetperiode is te kort om nu al te concluderen dat de aanwezigheid van de suppletie leidt tot een duidelijke trendbreuk in de erosie die veroorzaakt wordt door de zandhonger bij de Oesterdam. Met name de dijkvoetsuppletie heeft een positief effect op de golfbelasting.

Al in 2014, dus na één jaar, bleek de soortenrijkdom van de bodemdieren op de suppleties grotendeels hersteld en zijn de aantallen gelijk of zelfs groter in vergelijking met het centrale (niet-gesuppleerde) slik. Dit geldt met name voor de hoofdsuppletie. De biomassa blijft dan nog achter op de suppleties omdat het voor een deel gaat om jonge individuen van bijvoorbeeld schelpdieren en/of kleine soorten als wadslakjes. In 2015 en 2016 herstelt de soortenrijkdom zich verder en is de biomassa te vergelijken met de biomassa op het ongestoorde centrale slik, maar de gemeenschappen zijn nog steeds verschillend tussen de suppleties en het centrale slik. Door de snelle kolonisatie van een aantal soorten schelpdieren en het wadslakje, biedt het gebied potentieel foerageermogelijkheden voor diverse vogelsoorten. Omdat het gebied ook door recreanten veelvuldig gebruikt wordt (kite surfers, wandelaars (vaak met loslopende honden), pierenspitters, is verstoring wel een aandachtspunt.

Op de oesterschelpen in de schanskorven hebben zich na drie jaar levende oesters gevestigd en hebben de riffen zich ontwikkeld tot levende oesterriffen waarop ook allerlei andere soorten voorkomen (mosselen, krabben, slakken, wieren, etc.). De oesterriffen blijken in staat om lokaal sediment vast te houden.

Veldbezoek

Tijdens het veldbezoek nemen Tom en Eric de collega’s mee langs de verschillende facetten van de Veiligheidsbuffer Oesterdam en wordt het bodemleven getoond en de suppleties en oesterriffen bezocht. De lessons learned worden toegelicht en bediscussieerd in het licht van de suppletie op de Roggenplaat. Het aspect van verstoring wordt bediscussieerd en er wordt over mogelijke oplossingen nagedacht. Besloten wordt om dit ook verder in een aparte bijeenkomst te behandelen.

Deel dit artikel