Vraag en antwoord


Wat is sediment?

Sediment of afzetting is de benaming voor door wind, water en/of ijs getransporteerd materiaal. Voorbeelden van sedimenten zijn grind, klei, zand, silt en lutum. In de Scheldedelta zien we voornamelijk sediment van zand en slib. Elk jaar verplaatsen eb en vloed miljoenen kubieke meters zand in de Schelde. En er wordt nog eens zo’n 9 miljoen kubieke meter zand en slib in de Westerschelde en 5 miljoen kubieke meter specie in de Beneden-Zeeschelde gebaggerd en gestort. Daarmee grijpen we heel direct en grootschalig in op de bodem van het Schelde-estuarium. Door slim om te gaan met het sediment, houden we het Schelde-estuarium namelijk op een duurzame manier in balans. Het belangrijkste doel van Smartsediment.

Wat is een ecosysteemdienst?

Biodiversiteit is meer dan alleen de diversiteit aan soorten. Het gaat om de diversiteit aan soorten die onderling in een samenhangend geheel – een ecosysteem – met elkaar en met hun omgeving verbonden zijn en zich voortplanten. Ecosystemen leveren onophoudelijk zaken en diensten (ecosysteemdiensten) die onmisbaar zijn voor mensen, zoals hout, drinkwater en schone lucht. Maar denk ook aan de rust en ontspanning die mensen vinden in stadsparken en de natuur. Tegelijkertijd bieden ecosystemen ruimte voor waterberging en is het goed voor de gezondheid van mensen. Verlies van biodiversiteit is dus meer dan alleen het verlies van (bedreigde) soorten.

Wat is zandhonger

Door de aanleg van de Oosterscheldekering eind jaren tachtig, stroomt er minder water de Oosterschelde in en uit. Het getij is met 30 procent afgenomen en door de remmende werking van de kering bovendien veel minder krachtig. Met name tijdens stormen is het getij nog wel sterk genoeg om het zand van de zandplaten af te halen, maar niet krachtig genoeg meer om het zand terug aan te zetten. Daardoor verdwijnen de zandplaten langzaam maar zeker onder de golven. De tijd dat de zandplaten droogvallen wordt steeds korter. Dit proces noemen we zandhonger. En dat is een probleem, want daardoor kunnen verschillende kustvogels niet meer bij hun voedsel en is er voor de zeehond steeds minder tijd om te rusten en haar jongen te zogen.

Wat is biodiversiteit?

Biodiversiteit omvat de totale verscheidenheid van alle levende planten en dieren op aarde. Door menselijke invloeden is de biodiversiteit sterk achteruitgegaan; wereldwijd is een derde van alle soorten al uitgestorven. Nederland en België behoren zelfs tot de slechtst scorende lidstaten van de Europese Unie als het om verlies van natuurlijk leefgebied gaat. De meest waardevolle stukken natuur met de hoogste biodiversiteit zijn terug te vinden in het Waddengebied en de Zuidwestelijke Delta. Juist daarom is het zo belangrijk om deze gebieden extra te behouden en beschermen.

Waarom zijn de platen in de Oosterschelde zo belangrijk?

De zandplaten in de Oosterschelde vormen een belangrijke internationale schakel in de vogeltrek. Vele duizenden vogels trekken ieder jaar heen en weer tussen Afrika en Zuid-Europa en broedgebieden in het hoge noorden van Scandinavië en Rusland. Deze lange reis zouden ze nooit kunnen voltooien zonder een tussenstop in ‘wegrestaurant de Oosterschelde’. Ook voor zeehonden zijn de zandplaten van belang. Ze zogen er hun jongen en gebruiken de plaat om uit te rusten.

Hoeveel zand verdwijnt er jaarlijks in de Oosterschelde?

Elk jaar verdwijnen er boven water vijftig voetbalvelden aan zand en slik. Als er niets zou gebeuren, is de Oosterschelde over zestig jaar een grote watermassa zonder droogvallende platen, slikken en schorren.

Welke vogels komen we tegen op de zandplaten?

Rond de Oosterschelde komen onder andere tureluurs, kluten, bontbekplevieren, zilverplevieren, wulpen, scholeksters, rosse grutto’s en bonte strandlopers voor. Daarnaast kun je er ook de lepelaar, kleine en grote zilverreiger en verschillende soorten sterns zien. Op de zandplaten in de Westerschelde zie je onder meer wulpen, scholeksters, bergeenden en kanoeten. Op de hoger gelegen platen (Hooge Platen in monding Westerschelde) broeden onder andere dwergsterns, grote sterns en visdiefjes.

Kunnen die vogels niet gewoon ergens anders heen?

De hoeveelheid voedsel die de trekvogels nodig hebben om aan te sterken voor hun lange tocht van het noorden naar het zuiden en vice versa, is vooral te vinden op de voedselrijke slikken en zandplaten in de Vlaams-Nederlandse Scheldedelta. Hoogwatervluchtplaatsen op andere gebieden, zoals Plan Tureluur tussen Zierikzee en Westenschouwen, worden wel door kustvogels gebruikt om te rusten en te broeden, maar bieden niet voldoende voedsel voor alle trekvogels. En omdat de Scheldedelta niet de enige voedselrijke plek is die onder druk staat, is er voor hen ook geen plek in andere gebieden in Nederland en België.

Hoeveel zeehonden leven er in de Oosterschelde en in de Westerschelde?

In de Oosterschelde leeft er permanent een groep van zo’n 150 zeehonden, hoewel de aantallen sterk variëren. In de Westerschelde leven nog eens zo’n 200 zeehonden. Naast de gewone zeehond, komt ook de grijze zeehond steeds vaker voor in de delta. Door de verbeterde waterkwaliteit en het verbod op de jacht op zeehonden in de jaren zestig van de vorige eeuw, zijn de aantallen de afgelopen jaren sterk toegenomen en is er sprake van een gezonde populatie.

Wat betekent Smartsediment voor de recreatiesector?

Jaarlijks komen er duizenden mensen naar dit gebied om te genieten van het landschap. Door de suppleties, actief sedimentbeheer en het project Smartsediment, blijft het kenmerkende landschap van slikken, schorren en zandplaten behouden. Dat is goed nieuws voor de recreanten in de Vlaams-Nederlandse Scheldedelta. Want zonder het kenmerkende intergetijdengebied, zou het er een stuk saaier uitzien en zouden er veel minder vogels en zeehonden te zien zijn.

Is het probleem van de zandhonger opgelost als er zand is aangebracht?

Zandsuppleties bieden geen permanente oplossing voor de zandhongerproblematiek, maar zorgen er wel voor dat de natuur op de platen voor minstens 25 tot 50 jaar is gered. Na de Roggenplaat, de grootste en belangrijkste plaat, zullen andere platen opgehoogd moeten worden.

Waar komt het zand voor de suppleties vandaan?

Het zand voor de Roggenplaatsuppletie komt rechtstreeks uit de geulen van de Oosterschelde. Deze geulen verzanden langzaam door de afbrokkeling van de platen. Hierdoor worden de geulen te ondiep, terwijl de platen niet hoog genoeg zijn.  Het zand en het slib voor de aanpak van Fort Filip komt uit de Westerschelde, en het sediment voor de aanleg van de ondiepwatergebieden in de Zeeschelde komt uit de Zeeschelde.

Gaan de ingrepen niet ten koste van de nationale veiligheid?

De veiligheid heeft juist baat bij deze ingrepen. Zo hebben de zandplaten in de Oosterschelde een golfremmende werking op het dijkenstelsel van de Oosterschelde. Zonder de zandplaten zou de zee vrij spel hebben op de buitenste dijken, waardoor er veel meer onderhoud (dijkversterking) nodig is. Voor de zandsuppletie Roggenplaat geldt dit specifiek voor de dijken van de Zuidkust van Schouwen.

Waarom was er voor 1953 geen zandhongerprobleem?

Vóór de Watersnoodramp in 1953 was de delta een dynamisch intergetijdengebied en waren er geen afgesloten zeearmen. Tegenwoordig heeft hier alleen de Westerschelde nog een open verbinding met de zee. In andere gebieden, waar het getij en de dynamiek wel vrij spel hebben, brokkelen zandplaten ook af, maar worden weer aangevuld met vers zand. Dat laatste gebeurt minder in de Oosterschelde, vandaar  de zandhonger hier.

Kan ik de projectlocaties bezoeken?

De meeste projectlocaties zijn vanaf enige afstand goed te zien. Dat geldt met name voor de locaties in België. In Nederland is de Suikerplaat in de Westerschelde vanaf de zeedijk te observeren met een verrekijker. De zandsuppletie van de Roggenplaat is goed te zien vanaf de Plompe Toren aan de zuidkust van Schouwen-Duiveland (locatie: Koudekerkseweg 12, Burgh-Haamstede). Tip: bezoek de Deltawagen aan de Plompe Toren, deltawachters kunnen je mooie verhalen over de Oosterschelde vertellen.

Wat betekenen de zandsuppleties voor de duiksport; heeft dit nadelige gevolgen voor het zicht onder water?

Interessante duikplekken bevinden zich veelal rond havenhoofden, bruggen en plekken waar het talud afloopt in zee. Rond de Roggenplaat zelf wordt nauwelijks of niet gedoken.  En dus zullen duikers  dan ook nauwelijks zichtvermindering hebben door de zandsuppletie.

Hoe denkt de schelpdierensector over de zandsuppletie in de Oosterschelde?

De schelpdierensector is gebaat bij een gezonde Oosterschelde. Hun grootste zorg is dat er tijdens de suppleties zand lekt naar hun percelen, waardoor er zand in de schelpdieren terecht zou kunnen komen. We doen er dan ook alles aan om de omliggende schelpdierpercelen zo min mogelijk last te laten ondervinden van de suppleties. Om de overlast tot een minimum te beperken, is er bijvoorbeeld voor gekozen om de suppleties op specifieke locaties en bij bepaald tij uit te voeren, waarbij de grootst mogelijke zorgvuldigheid in acht genomen wordt.

Hoe lang duurt het na de suppletie voordat de platen weer voedselrijk genoeg zijn voor de vogels?

Een eerdere proef met zandsuppletie is in 2008 uitgevoerd op de Galgeplaat in de Oosterschelde. Deze proef heeft uitgewezen dat het bodemleven na drie jaar weer volledig hersteld is.

Hoeveel tijd nemen de suppletiewerkzaamheden aan de Roggenplaat in beslag?

Het opspuiten van de Roggenplaat zal maximaal een half jaar in beslag nemen. Door de suppletie in één keer uit te voeren in de wintermaanden (tussen 1 oktober 2019 en 1 april 2020) wordt geprobeerd de overlast voor de flora en fauna tot een minimum te beperken. De verwachting is dat de werkzaamheden al in december 2019 afgerond kunnen worden.